Een stukje Normandië in Jette
Jette wordt wel eens “een dorp in de stad” genoemd. Wie in dat dorp rondwandelt en toch niet verloren loopt in het Laarbeekbos kan niet anders dan verwonderd stilstaan bij het Normandisch chalet.
Verscholen in het Jetse groen bevindt zich immers een mooi landhuis in Normandische stijl, dat thans dienst doet als taverne en feestzaal.
Een uitgelezen plek om bij zonnig zomerweer te genieten van de bosrijke omgeving.
De Elsense advokaat Eugène van den Elschen deed begin van de 20ste eeuw de investering van zijn leven. Op de terugweg van een treinreis naar Oostende viel zijn oog op een prachtige, groene oase, in de nabijheid van het Brusselse. Hij kocht het Laarbeekbos en aanpalende gronden omstreeks 1906 aan. Er werd toen nog beweerd dat gezonde zeelucht, rijk aan jodium, de Romeinse steenweg bereikte, tot voor de poorten van Brussel … .
In 1908 werd de villa voltooid en ze werd het zomerhuis van de grote familie Van den Elschen. Bij onweerachtig regenweer kloegen de bewoners wel eens over de vochtige omgeving en de zware boslucht. Op het gelijkvloers kon men gebruik maken van elektriciteit, maar op de verdiepingen was men aangewezen op kaarsen en olielampen. Water werd gepompt uit een onderaardse reserve, die af en toe droog viel. Een grote boomgaard voor het huis zorgde voor meer dan voldoende appelen, die werden verwerkt tot gelei.
De familie van den Elschen onderhield de tuin op voorbeeldige wijze, al bleef het bos verboden terrein voor de kinderen. Het afgelegen domein werd overigens goed afgeschermd. Aan de ingang stond te lezen “Hier liggen schietgeweren” ….
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd zoon Jean Van den Elschen gemobiliseerd. Hij overleefde het krijgsgeweld. Als vreugdevolle herinnering aan dat blijde weerzien, liet de familie een beeld uit terra cotta vervaardigen dat een moeder voorstelt, die haar kind terugvindt. Deze stenen herinnering kreeg een plaats in de tuin. Van dit beeld bleven enkel het kinder- en vrouwenhoofd bewaard.
Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog nam een Engels regiment de villa in, maar verliet ze korte tijd nadien. In het onherbergzame bos waren heel wat smokkelaars actief, die er geheime bewaarplaatsen maakten voor etenswaren, die stiekem vanuit het platteland per trein naar Jette werden aangevoerd.
In 1944 vorderden Duitse troepen het huis op om er officieren te herbergen, maar op het einde van de oorlog konden Britse soldaten het huis “heroveren”.
Zo verbleven er een poosje Engelse, vrouwelijke soldaten (zogeheten “WACS”) … en kwamen er douches in de kelder.
Tot 1961 bleef het pand bewoond door de oorspronkelijke eigenaars, waarna het ganse domein, met inbegrip van de riante woning, na een lang juridisch dispuut in het bezit kwam van de gemeente. Die verhuurde het tot 1973, waarna de verlaten villa en de tuin langzaam maar zeker verwaarloosd geraakten.
Er hulde zich doorheen de jaren een mysterieuze waas rond het stilaan spookachtige huis, dat ook ten prooi viel aan vandalen. De ooit zo verzorgde tuin met zijn statige dreven verwerd tot een wat onherbergzaam stukje Jets groen, geliefkoosd speelterrein van avontuurlijke Jetse kwajongens … .
Met de steun van het Brussels Gewest kon de villa in het begin van de jaren 90 worden gerenoveerd. Ook de omgeving errond werd volledig heraangelegd in het verlengde van de derde en laatste fase van het Boudewijnpark.
Vandaag is het Normandisch chalet een stemmige taverne, met een prachtig terras. Een fijne bestemming als wandeling door het Boudewijnpark en het Laarbeekbos. Ongetwijfeld een ommetje waard!
Herman Mennekens
|