Open VLD Brussels Parlement - Tel: 02/549.66.60 - Fax: 02/549.65.92 - info@vldbrussel.be

Enquête leefbaarheid en veiligheid
Gestuwd door de verhalen en ervaringen van Brusselaars over het leven in de hoofdstad, besloot Brussels gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger Els Ampe een schriftelijke vragenlijst te verspreiden onder 600 Nederlandstalige inwoners van de Stad Brussel om hen aan het woord te laten over het wonen, leven en werken in de stad. Klik hier voor de resultaten.

Brussels Beer Capital of the World
De vzw Brussels Beer Capital of the World lanceerde op een persconferentie de Brussels Beer Capital of the World, een initiatief om onze hoofdstad en ons land in de kijker te zetten als paradijselijke (vakantie)bestemming voor al diegenen die houden van Belgisch bier. Sven Gatz is voorzitter.

GOMB moet ambitieuzer!

22 april 2005

Carla Dejonghe

DE GOMB HEEFT NOOD AAN AMBITIE

DE ROL VAN DE GOMB IN EEN CREATIEF HUISVESTINGSBELEID VOOR DE MIDDENKLASSE IN BRUSSEL

De aanleiding van deze nota zijn enerzijds een aantal concrete problemen die kopers ondervinden bij de huidige werking van de GOMB en anderzijds het gevoel dat de VLD heeft dat de GOMB haar taak op het gebied van huisvesting invult als een verlengstuk van een sociaal huisvestingsbeleid i.p.v. een huisvestingsbeleid naar een middenklassepubliek.

Een stad als Brussel heeft voor haar leefbaarheid en voor haar beleid nood aan een behoorlijke grote middenklasse die er belastingen betaalt en er consumeert. Het is voor de VLD de taak van de GOMB om deze middenklasse een alternatief te bieden om ervoor te kiezen in Brussel te wonen.

VRAGEN OMTRENT DE GOMB.

De Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft twee functies : ondersteuning van de economische activiteit en stadsvernieuwing. Dit laatste doet ze door woningen voor een middenklassepubliek te bouwen volgens het principe van de publiek private samenwerking.

Er is de laatste tijd echter heel wat te doen rond de GOMB. In een artikel in Brussel Deze Week (BDW 9/3/2005 – Oplevering huizen GOMB laat op zich wachten.) werden enkele problemen beschreven over de problemen die er waren met de oplevering van een bouwproject in Sint-Jans-Molenbeek. Er waren barsten in de muren, vochtplekken met schimmel tot gevolg, een tuin die verkeerd aangelegd was en daardoor afhelde, en voor het gemak werd de ventilatiebuis verbonden met die van het toilet, wat geurhinder veroorzaakte. De GOMB legde de verantwoordelijkheid voor de problemen bij de onderaannemers. Ongeacht wie de schuldige was voor de constructiefouten, zorgde het er wel voor dat de oplevering van de woning met meer dan een half jaar uitgesteld werd. Ook de schadevergoeding die in het contract tussen de koper en de GOMB opgenomen was in geval van een te late oplevering, werd eenzijdig door de GOMB teruggebracht tot een tiende van het oorspronkelijke bedrag.

INTERPELLATIE OVER DE WERKING VAN DE GOMB

Tijdens mijn interpellatie van 20 april 2005 in de commissie huisvesting vroeg ik aandacht voor de problemen die zich stelden bij de woonprojecten van de GOMB. Minister Dupuis, die sprak in naam van minister-president Charles Piqué deed deze af als een alleenstaand geval. Totnogtoe was er nog geen optekening geweest van klachten. Mijn verbazing was echter niet zo groot toen er een dag later, ook in Brussel Deze Week, opnieuw een artikel verscheen over problemen met de GOMB. (BDW 21/4/2005 – Wij hebben genoeg gewacht.) In het artikel bespreekt Frans Parren soortgelijke problemen bij een ander woonproject van de GOMB. Hij gaf aan dat hij er geen gehoor voor zijn probleem gevonden had en dat de GOMB de bouwpromotor de hand boven het hoofd hield, terwijl de koper zelf in de kou bleef staan. Nogal logisch, lijkt ons dat, gezien het merendeel van de projecten van de GOMB worden afgewerkt door dezelfde promotor. Dat er dan ook bij de bouwpromotor een zekere laksheid opgetreden is, lijkt me niet onaannemelijk.

Om dergelijke misverstanden te vermijden had ik het voorstel geformuleerd om kopers zelf meer inspraak te geven in de begeleiding van het woonproject. De marktbevraging die de GOMB nu volledig voor zijn rekening neemt, kan perfect door de kopers zelf gedaan worden, door zich te verzamelen in een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en op die manier op zoek te gaan naar bouwpromotoren en eventueel onderaannemers. In dat geval zou de GOMB zich kunnen beperken tot het voorzien van een bouwgrond, het geven van subsidies en het creëren van een juridisch kader.

Mijn voorstel werd afgeketst tijdens de commissievergadering, omdat deze manier van werken niet tot de maatschappelijke doelstellingen van de ontwikkelingsmaatschappij behoort.

Maar waar willen we eigenlijk met de GOMB naartoe?

Op dit moment staan er al zo’n 2500 mensen op de wachtlijst voor een woning; projecten in het centrum van Brussel trekken 500 tot 700 belangstellenden. Dat is een enorm aantal. Toegegeven; wat minister Dupuis daarover te zeggen had, is correct. Het is niet louter aan het succes van de formule zelf te danken dat de wachtlijsten zo uitpuilen. De moeilijkheid voor middenklassegezinnen om een betaalbare woning in Brussel te vinden, heeft er uiteraard heel veel mee te maken.

Wel verbaasde het me dat de minister haar antwoord begon door het te hebben over het sociale huisvestingsbeleid. Daar zit volgens mij een grote fout van de PS, die de GOMB ziet als een verlengde van het sociale huisvestingsbeleid, terwijl ze daar in wezen niets mee te zien heeft.

In zoverre dat nog niet duidelijk is, moeten we er de nadruk op leggen dat de GOMB er is voor een bepaald publiek. Dat is geen elitair publiek van mensen die er makkelijk een aantal honderdduizenden euro’s tegen aan kan smijten om een woning te kopen.  Het doelpubliek zijn die mensen met een middeninkomen die het steeds moeilijker hebben om zonder hulp van hun ouders en/of forse bankleningen een betaalbare woning te vinden in Brussel.

Om de nadruk te leggen op dat middenklassepubliek dat de GOMB zou moeten bedienen, formuleerde ik ook het voorstel om ook de bouw van cascolofts te overwegen. Dit zijn lofts waarin alle basisvoorzieningen aanwezig zijn, maar waar de afwerking wel nog moet gedaan worden. Omdat deze ruimtes relatief goedkoop zijn (per vierkante meter zijn ze een paar honderd euro’s goedkoper dan een afgewerkte GOMB-woning) zijn ze bijzonder hip en populair bij jonge, hoogopgeleid mensen.

Daar net wrong het schoentje. De minister oordeelde dat dit soort woningen te plaatsopslorpend is. (Ik zie niet goed in waarom. De GOMB werkt met reconversie van terreinen en oude gebouwen, met als gevolg dat er geen ruimte wordt weggenomen, maar ruimte wordt herbesteed.)

Een derde voorstel dat ik heb aangereikt, naast het collectief bouwen via een coöperatieve vennootschap en het bouwen van casco-lofts, was dat de loft-resolutie van Sven Gatz die het parlement stemde om reconversie van oude industriële panden tot lofts in Brussel aan te moedigen via een inventarisatie van panden moest uitgewerkt worden.  Uit het antwoord van de minister bleek dat dit geen prioriteit is omdat uit één proefproject bleek dat van de twaalf woningen er geen enkel was aangekocht door een familie met kinderen. 

De Lofts trekken volgens de PS-minister een publiek aan dat niet in overeenstemming is met de huidige kandidaten voor een GOMB-woning, o.a. omdat het vaak gezinnen zouden zijn zonder kinderen…  Hieronder moeten we allicht verstaan dat jonge, hoogopgeleide mensen zowieso tot de hogere klasse behoren en geen kinderen hebben en/of zullen maken.  De minister herinterpreteert hier eenzijdig de doelstelling van de GOMB en ze doet dit vanuit een reflex die geldig zou zijn voor sociale huisvesting, maar niet past in de logica van een middenklassebeleid.

Het argument dat ik geenszins de bedoeling had om de voorwaarden voor deelname aan een GOMB-project aan te passen, werd niet echt gehoord.

BRUSSEL WOONSTAD, BRUSSEL FISCAAL

Waarom is voor de VLD een middenklassebeleid noodzakelijk en complementair met het bestaande sociale huisvestingsbeleid?

De herwaardering van Brussel als woonstad moet er op gericht zijn mensen met een middeninkomen aan te trekken. Het mag niet de bedoeling zijn om uitsluitend mensen met een laag inkomen aan een woning te helpen. Die mogelijkheden bestaan immers al; de sociale huisvesting houdt zich daarmee bezig.

De bedoeling om meer mensen in Brussel te komen laten wonen, heeft verschillende motieven, maar is er vooral op gericht om het gewest financieel gezond en zelfbedruipend te maken. Ik heb er al op gewezen dat het aantrekken van jonge mensen in Brussel een dubbel financieel voordeel biedt. In de eerste plaats puurt het gewest direct inkomsten uit de belastingen die deze mensen betalen, indirect zorgt hun consumptiegedrag ook voor inkomsten.

Een studie uit 2003[1] over de belastingsinkomens in Brussel bewijst de logische stelling dat midden- en hoge inkomens een zeer gunstige financiële invloed hebben op de stad. Immers, als je aan een sociaal beleid wil doen, heb je geld nodig. De lagere inkomens teren gemiddeld meer op de sociale voorzieningen van de stad en het gewest dan de hogere en middeninkomens. En gezien wij in een sociale maatschappij leven, is dat ook normaal.

Wel mogen we niet uit het oog verliezen dat die voorzieningen betaald moeten worden. Het fiscale plaatje ziet er als volgt uit: het gewest en bij uitbreiding de gemeentes puren het meeste geld uit de onroerende voorheffing, maar hebben qua variabele middelen een veel grotere impact op de inkomsten uit de personenbelasting. Als we nu bedenken dat we met een progressief belastingssysteem zitten, betekent dat dat de hogere inkomens verhoudingsgewijs en in absolute cijfers een veel grotere inbreng in het budget (de begroting) van het gewest hebben.

De cijfers zijn opzienbarend: iemand met een belastbaar inkomen van 25.000 euro op jaarbasis betaalt meer dan twee keer zoveel belastingen dan twee personen die op jaarbasis 12.500 euro verdienen. Dat wil niet zeggen dat we enkel dit soort verdieners in de stad willen hebben. Het wil wel zeggen dat we, om überhaupt een sociaal beleid te kunnen voeren, mensen nodig hebben die middelen genereren om dat sociale beleid te bekostigen.

EXODUS VAN HOGERE INKOMENS

Op hetzelfde ogenblik zien we dat er de laatste twintig jaar een ware exodus op gang is gekomen van hogere inkomens. Terwijl het bevolkingsaantal in Brussel sinds 1981 ongeveer met 4% is afgenomen, zien we dat er sinds 1985 een enorme exodus uit de stad heeft plaatsgevonden onder die mensen met een hoger inkomen[2]. Het gemiddeld belastbaar inkomen in Brussel is hierdoor in verhouding met de rest van het land sterk gedaald in die twintig jaar. En dan hebben we het nog hoofdzakelijk over de hogere inkomens, die ook veel van hun inkomsten puren uit andere zaken naast hun job (investeringen e.d.). In elk geval is het een teken aan de wand.

De middeninkomens –de doorsnee tweeverdieners die samen tussen de 2500 en de 5000 euro netto verdienen per maand- zijn dan ook enorm belangrijk voor de financiële leefbaarheid van het gewest. De voorzieningen alleen al op het vlak van bijvoorbeeld vervoer en onderwijs moeten ergens van betaald worden.

BELEID OM MIDDENINKOMENS AAN TE TREKKEN

Je trekt dit soort mensen niet aan door de economie aan te zwengelen in een stad. Deze mensen trek je aan door een beleid te voeren waarbij de stad aantrekkelijk gemaakt wordt als woongebied. Dat doe je in de eerste plaats door betaalbare, comfortabele woningen aan te bieden die hen toelaten om gedurende een langere periode hun lot aan dat van Brussel te koppelen. Maar ook door hen zelf de mogelijkheden te geven die woning desnoods samen met anderen zelf op te trekken. 

Het spreekt voor zich dat dit slechts een begin is. De investeringen moeten er ook op gericht zijn het culturele en uitgaansleven verder uit te bouwen, voorzieningen uit te bouwen op het vlak van kinderopvang, vervoer en onderwijs, sportinfrastructuur en groene ruimtes, net als uiteraard medische en zorgvoorzieningen. Op deze laatste vlakken kan de GOMB niet werken. Op het eerste wel.

Daarom wil ik er graag voor pleiten dat de GOMB creatiever te werk gaat om als dusdanig meer mensen te bedienen, door meer projecten uit te werken. En het sedentaire zelfbeschikkingsrecht van de eventuele participanten wil ik daarbij graag voorop plaatsen.

De drie pistes die ik heb aangereikt zijn daarbij mogelijkheden:

- kopers van GOMB-woningen zelf de kans geven via een coöperatieve vennootschap collectief hun woning te bouwen,

- het bouwen van cascolofts die kopers zelf naar eigen smaak afwerken,

- het aanmoedigen van de tendens naar reconversie van oude industriële panden.

Er bestaan wellicht nog andere mogelijkheden.  Essentieel is dat de GOMB en de bevoegde minister die taak expliciet erkennen en zelf de nodige wilskracht en creativiteit aan de dag leggen om hierop in te spelen.

De eerste reacties op de voorstellen zijn niet hoopgevend, daarom zal de VLD deze invalhoek blijven benadrukken.

Daarvoor is geen verhoging van het budget van de GOMB nodig, enkel een rationalisering van de kosten. De kopers zelf zullen wel weten hoeveel ze willen en kunnen uitgeven om een woning te bouwen.

Carla Dejonghe


[1]Income Tax base evolution in Brussels 1980-1999: The budgetary value of the rich. John Ashworthy, Benny Geys & Bruno Heyndels. In: De Brusselse negentien gemeenten en het Brussels Model, 2003, red: Witte, E, Alen, A., Dumont, H., Vandernoot, P., De Groof, R. – De Boeck & Larcier, Brussel

[2] In 1985 woonden er in Brussel 69% meer mensen met een hoger inkomen (+50.000 euro op jaarbasis) dan het nationale gemiddelde. In 1999 zat Brussel al onder het nationale gemiddelde. Als we bedenken dat in 1999 de hogere inkomens (6,67% van alle belastingbetalers) 35% van alle belastingen betaalden, lijkt het duidelijk dat deze snelle afname enorme repercussies heeft voor de belastingsinkomsten.