Beliris: Brusselse processie van Echternach |
23 oktober 2008 |
|
Interpellatie van mevr. Carla Dejonghe aan de heer Charles Picqué, minister-president bevoegd voor plaatselijke besturen, ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen, openbare netheid, stadsvernieuwing, huisvesting, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking in verband met de moeilijkheden voor realisatie van bepaalde Belirisprojecten. Het Belirisfonds wordt als een zegen voor Brussel beschouwd; federaal geld dat geïnvesteerd wordt in de hoofdstad om haar zo de kans te bieden zich internationaal te profileren. Het fonds zal in 2010 600 miljoen euro bevatten. Ruim 225 miljoen euro werd in het verleden vastgelegd in projecten die nog niet uitgevoerd werden. Er zijn wat onze fractie betreft een aantal duidelijke noodzaken in dit gewest: nieuwe metroverbindingen om het stroplopende auto-, maar ook bus- en tramvervoer te ontlasten, een internationaal voetbalstadion om op dat vlak concurrentieel te zijn met de rest van Europa en om grote evenementen naar ons land te kunnen halen. Wellicht hoort daar ook nog een groot congrescentrum bij. Voor deze zaken zijn intussen allerhande studies opgestart, die met Belirismiddelen worden gefinancierd. Als we kijken naar het lijstje projecten dat via Beliris gefinancierd (zullen) worden, valt meteen het grote aantal op en de sterke diversiteit. Men kan zich de vraag stellen of deze versnippering van middelen een goede zaak is. Immers, dit heeft gevolgen voor de investeringskracht van het fonds. Bovendien zorgt de veelheid aan projecten nu al voor een administratieve opstopping. Enkele maanden geleden kondigde u samen met uw federale collega, mevr. Onkelinx, zelf ook nog een aantal projecten aan voor in de toekomst. Wij waren gelukkig vast te stellen dat daarbij veel aandacht ging naar het openbaar vervoer. Het blijft evenwel de vraag wanneer deze projecten effectief allemaal uitgevoerd zullen worden en waarom men er zelden in slaagt de vooropgestelde deadlines te halen. Ik geef enkele concrete voorbeelden: 1) Het Horta-Lambeauxpaviljoen in het Jubelpark. In 2006 voerde ik en mijn federaal collega, de heer Luk Van Biesen, actie om de verloedering van dit unieke bouwwerk onder de aandacht te brengen. Er werd ons toen verzekerd dat de renovatie van Horta’s eerste officiële werk in 2007 zou gebeuren, met fondsen van Beliris ten bedrage van €636.000. Van de renovatie is in 2007 niets in huis gekomen. Ook momenteel is er bij mijn weten nog niets aan gebeurd. Het is ook onduidelijk wanneer men nu eindelijk met de werken zal beginnen. De prijs voor de totale renovatie is intussen ook al opgelopen tot €660.000. Dat is de voorlopige prijs, want met de stijging van de grondstoffen in het achterhoofd, zal er waarschijnlijk bij de afrekening nog een flinke schep bovenop gedaan moeten worden. 2) De metrogang die metrostation Centraal Station verbindt met Brussel Centraal. Het is duidelijk dat ook deze gang aan een grondige renovatie toe is. Als we het hebben over internationale uitstraling van Brussel, dan moeten we volgens onze fractie van de aankomstpunten in Brussel, zoals het Centraal Station, een prioriteit maken. Deze renovatie maakt deel uit van het Belirisprogramma ‘Aangelanden Centraal Station’. Desalniettemin lukte een eerste aanbesteding voor de werken in 2006 niet en gebeurde er nu een tweede. Heel 2009 zal uitgetrokken worden voor een studie, die in 2010 moet resulteren in een renovatie. Ook hier zal de finale kostprijs ongetwijfeld hoger liggen dan momenteel geraamd. Kan u ons wat meer informatie geven over de vertraging die hier in beide gevallen is opgetreden? Waaraan valt die te wijten? Zou het volgens u helpen mocht de administratieve omkadering en uitvoering van de projecten van het federale naar het Brusselse niveau gebracht worden? Willen we de impuls geven aan Brussel die onze hoofdstad verdient, zullen we er ook voor moeten zorgen dat de projecten niet eeuwig aanslepen. Hiervoor zijn wellicht hervormingen nodig. 1) Hoe wordt de werking van Beliris door de Brusselse regering beoordeeld? Welke pijnpunten bestaan er momenteel? 2) Hoeveel projecten werden binnen hun eerste vooropgestelde termijn gerealiseerd? Liggen de huidige projecten en studies op schema? 3) Wat gebeurt er wanneer projecten niet tijdig gerealiseerd kunnen worden en de kostprijs daardoor stijgt? Hoe wordt dit binnen de Belirisbudgetten opgevangen? ANTWOORD M. Charles Picqué, ministre-président.- Mesdames et messieurs, il y a quelques raisons de considérer que le dispositif actuel devrait être modifié. Bien sûr, les taux d'engagement sont importants - presque 79% -, mais l'exécution de ce programme pose quelques difficultés. Je pense que, dans la négociation institutionnelle qui s'est ouverte, il conviendrait que le volet refinancement de Bruxelles s'intéresse au fonctionnement de Beliris. Je comprends les inquiétudes qui se sont exprimées, mais le débat qui doit s'ouvrir est d'ordre plus général. Momenteel wordt er in de begroting een bedrag van ruim 600 miljoen euro gereserveerd voor het samenwerkingsakkoord dat het Brussels Gewest en de federale overheid op 15 september 1993 afsloten. U stelde me twee vragen over het Horta-Lambeauxpaviljoen en de metrogang van het Centraal Station. Welnu, de uitvoering van de opdrachten die met die bouwwerken te maken hebben, werden toevertrouwd aan besturen die onder het gezag staan van de federale regering, meer bepaald de Regie der Gebouwen en de directie Infrastructuur en Vervoer van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Wat het Horta-Lambeauxpaviljoen betreft, kan ik u meedelen dat de restauratie van het Jubelpark werd opgenomen in het programma waarnaar wordt verwezen in bijakte 7. Afgezien van de opfrissing van het Jubelpark zelf, worden er nog heel wat andere initiatieven genomen. Ze gaan allemaal gepaard met studie-opdrachten of opdrachten voor de uitvoering van werken en met specifieke administratieve procedures. De werken behelzen onder meer het onderhoud van de bomen, dat van start ging in 2005 en waarvan de vierde fase in november 2008 begint. Ik verwijs ook naar de restauratie van de grote fontein, het Congomonument en het kleine patrimonium, alsook de inrichting van het paviljoen voor de parkwachters, de studie over de verlichting, enzovoort. In 2004 werd beslist om ook de restauratie van het Horta-Lambeauxpaviljoen in het voornoemde initiatief te integreren. In 2006 ging de Regie der Gebouwen van start met de erfgoedstudies die verband hielden met de restauratie. Aangezien het Horta Lambeauxpaviljoen een beschermd en opmerkelijk gebouw is, moest er een studie worden uitgevoerd die vervolgens een gunstig eensluidend advies moest krijgen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML). In juni 2006 werd met inachtneming van de stedenbouwkundige procedure een eerste aanvraag ingediend. De vergunning werd in januari 2007 uitgereikt. Momenteel lopen de procedures voor de gunning van de opdrachten voor de renovatie van het gebouw en voor de restauratie van de bas-reliëfs van Jef Lambeaux. Die procedures zullen vermoedelijk begin volgend jaar zijn afgerond, zodat de werken in het voorjaar van 2009 kunnen aanvangen. Wat de gang van het Centraal Station betreft, mislukte de eerste aanbesteding van 2006 door de gebrekkige kwaliteit van de dossiers die door de geraadpleegde studiebureaus werden ingediend, iets waar alle leden van de adviescommissie het over eens waren. Daarom werd een nieuwe onderhandelingsprocedure met Europese bekendmaking uitgeschreven. Naar aanleiding hiervan ontvingen wij vier kandidaturen. Deze werden allemaal uitgenodigd om een meer uitgewerkte offerte in te dienen. Onlangs kreeg het dossier een gunstig visum van de Inspectie van Financiën, zodat de studies in november 2008 van start kunnen gaan. De twee dossiers hebben dus geen abnormale vertraging opgelopen. De eventuele overheveling van de administratieve omkadering en de uitvoering van de projecten van het federaal naar het gewestelijk niveau moet worden aangekaart in de meer algemene politieke onderhandelingen die momenteel aan de gang zijn. Die overheveling is inderdaad een manier om de werking van Beliris te verbeteren, schaalvoordelen te verwezenlijken, interne samenwerkingsverbanden bij de administratieve behandeling verder uit te bouwen en procedures te vereenvoudigen, dit alles ten gunste van Brussel en de Brusselaars. Als die overheveling er komt, zullen de ambtenaren bovendien niet langer afhangen van de federale overheid, maar van de gewestelijke overheid. Mijn algemene evaluatie van Beliris is positief, aangezien alle initiatieven waartoe de Brusselse regering heeft beslist, vroeg of laat in de praktijk worden gebracht. De vertraging bij de uitvoering van een aantal projecten is te wijten aan uiteenlopende redenen. Ik denk aan het personeelsgebrek bij Beliris. Die situatie raakt stilaan opgelost, aangezien de federale regering onlangs het licht op groen heeft gezet voor de aanwerving van 40 bijkomende personeelsleden, waardoor het personeelsbestand met bijna 60% wordt uitgebreid. Een tweede reden is dat sommige projecten uitvoerige studies vereisen. Ik denk ook aan de institutionele complexiteit. Er zijn immers meerdere beleidsniveau’s betrokken bij de verschillende projecten, waardoor er complexe akkoorden moeten worden gesloten. Ik pleit voor een vereenvoudiging van het systeem. U vroeg me wat er gebeurt als de projecten niet snel genoeg kunnen worden verwezenlijkt. Welnu, Beliris is een begrotingsfonds. Bijgevolg worden de budgetten die niet werden vastgelegd in de loop van een begrotingsjaar, automatisch overgedragen naar het volgende jaar. Er gaat dus nooit geld verloren voor de Brusselaars. De federale minister van Begroting kan echter in de verleiding komen om het geld van Beliris te recupereren als dat mogelijk is, maar wij blijven uiteraard waakzaam. We zien erop toe dat het geld van Beliris wel degelijk wordt gebruikt voor het Brussels Gewest. De moeilijkheden die worden veroorzaakt door de termijnen voor de uitvoering van projecten, worden gecontroleerd. Er bestaat een controlemechanisme dat deel uitmaakt van het samenwerkingsakkoord en dat het mogelijk maakt om alle initiatieven van Beliris te volgen. Elk initiatief wordt gecontroleerd door een begeleidingscomité waarin ambtenaren van het Brussels Gewest zetelen. Het coördinatiecomité, waarin zowel gewestelijke als federale ambtenaren zetelen, vergadert één keer per maand om een stand van zaken op te stellen van alle Beliris-projecten. Tot slot is er ook een samenwerkingscomité, waarin gewestelijke en federale ministers zetelen. Het vergadert één keer per jaar om de initiatieven van Beliris te evalueren. Elk van deze drie instanties beschikt over indicatoren om de technische en financiële toestand van elk initiatief te volgen. U stelt me terecht vragen over de evaluatie van Beliris. Het spreekt voor zich dat het systeem vatbaar is voor verbetering. Volgens mij is de huidige methode aan een grondige wijziging toe. Er is vooruitgang geboekt, maar Beliris blijft een ingewikkeld systeem. Het zou beter zijn als de Brusselaars zelf het geld konden beheren. Het Internationaal Ontwikkelingsplan (IOP) wijst er trouwens op dat het onze doelstelling is om alle middelen van Beliris te groeperen. Het plan bundelt een reeks krachtlijnen en projecten Nu worden er veel te veel uiteenlopende projecten met geld van Beliris gefinancierd. Dat moet volgens mij anders. Het zou veel eenvoudiger zijn als we bijvoorbeeld zouden beslissen dat een derde van de uitgaven van de MIVB met geld van Beliris wordt gefinancierd en dat de rest van het geld van Beliris wordt besteed aan een voetbalstadion en aan grote infrastructuurprojecten. Op die manier zouden we de huidige versnippering van de middelen kunnen vermijden. Ik heb soms de indruk dat Beliris het resultaat is van een afweging tussen de verschillende politieke partijen en de federale ministers. Op zijn minst moet het gewest kunnen afdwingen dat Beliris uitsluitend wordt aangewend voor projecten die tot de internationale uitstraling van Brussel bijdragen. Zo kan men moeilijk zeggen dat de renovatie van het voetbalstadion van Schaarbeek (Crossing), bijdraagt tot de internationale roeping van Brussel. Zwembaden zijn evenmin projecten met een internationale uitstraling. Ik pleit voor minder projecten maar ook voor een systeem van communicerende vaten binnen de gewestbegroting, waardoor ook andere projecten financiële steun kunnen krijgen. Minister Onkelinx en ikzelf hebben onze collega's gevraagd om een bijakte te mogen redigeren. Net zoals in 2005 hebben we een driejaarlijkse bijakte verkregen, die loopt over de periode 2008- 2010. Voor een goede uitvoering van het project was het belangrijk een meerjarenformule te behouden. De nieuwe bijakte is zodanig opgesteld, dat ze kan evolueren in de tijd en in functie van de vordering van de initiatieven. Als het gewest beslist een project te laten vallen, kan het dat geld recupereren voor een ander project. Indien nodig kan het samenwerkingscomité de bedragen en de programmering van de bijakte jaarlijks aanpassen en een bijkomend jaar creëren, met nieuwe initiatieven of met de voortzetting van de lopende projecten. Dat de bijakte nr. 10 aanpasbaar wordt, is een nieuwigheid die ons in staat stelt om op het einde van elk jaar een nieuwe derde jaar te plannen. Naar aanleiding van het plenaire debat ter gelegenheid van de ondertekening van de tiende bijakte bij Beliris, besliste het parlement om een breder debat te laten plaatsvinden in de verenigde commissie Infrastructuur en Financiën. De volksvertegenwoordigers zullen per initiatief een fiche met alle nodige informatie ontvangen. Het is de bedoeling dat het parlement over alle nodige informatie kan beschikken om een debat ten gronde te voeren over bijakte 10. De heer Grimberghs heeft er reeds meerdere malen aangedrongen, maar het zou geen zin hebben om u inhoudsloze informatie te bezorgen. Elk project moet worden beschreven. Zodra we alle informatie hebben, kan er een grondig debat plaatsvinden. De voorzitter.- Mevrouw Dejonghe heeft het woord. Mevrouw |
Enquête leefbaarheid en veiligheid
Gestuwd door de verhalen en ervaringen van Brusselaars over het leven in de hoofdstad, besloot Brussels gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger Els Ampe een schriftelijke vragenlijst te verspreiden onder 600 Nederlandstalige inwoners van de Stad Brussel om hen aan het woord te laten over het wonen, leven en werken in de stad. Klik hier voor de resultaten.
Brussels Beer Capital of the World
De vzw Brussels Beer Capital of the World lanceerde op een persconferentie de Brussels Beer Capital of the World, een initiatief om onze hoofdstad en ons land in de kijker te zetten als paradijselijke (vakantie)bestemming voor al diegenen die houden van Belgisch bier. Sven Gatz is voorzitter.
Gestuwd door de verhalen en ervaringen van Brusselaars over het leven in de hoofdstad, besloot Brussels gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger Els Ampe een schriftelijke vragenlijst te verspreiden onder 600 Nederlandstalige inwoners van de Stad Brussel om hen aan het woord te laten over het wonen, leven en werken in de stad. Klik hier voor de resultaten.
Brussels Beer Capital of the World
De vzw Brussels Beer Capital of the World lanceerde op een persconferentie de Brussels Beer Capital of the World, een initiatief om onze hoofdstad en ons land in de kijker te zetten als paradijselijke (vakantie)bestemming voor al diegenen die houden van Belgisch bier. Sven Gatz is voorzitter.

