Mondelinge vraag van mevrouw Carla Dejonghe aan mevrouw Françoise Dupuis, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Huisvesting en Stedenbouw, betreffende "de achterstand van de renovatie in de sociale huisvesting".
Een artikel in Dag Allemaal van 3 februari 2009 klaagde nogmaals de situatie van Het Rad in Anderlecht aan. Van de 250 sociale woningen staan er volgens het wijkcomité ruim 52 leeg. De aangekondigde renovatie staat al meer dan vijf jaar in de steigers, maar tot nog toe zijn de werken niet begonnen.
Er zijn middelen voorzien voor de renovatie van het gewestelijk sociaal huisvestingsbestand. Op een schriftelijke vraag die ik enige tijd geleden stelde, antwoordde u dat er 490 miljoen euro is vastgelegd in verscheidene renovatieprogramma's. Een aantal werven zijn ook effectief van start gegaan.
We moeten echter ook vaststellen dat een aantal sterk in het oog springende sociale woonwijken al een hele tijd verkommeren: in Sint-Agatha-Berchem en Watermaal-Bosvoorde stellen zich gelijksoortige problemen. Verloedering heeft een sterke impact op de wijk. Door het uitblijven van renovatie verergert de toestand en verhoogt de uiteindelijke renovatiekost. Verloedering werkt ook vandalisme in de hand en doet de woningen in waarde dalen.
De sociale huisvestingsmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor de administratieve coördinatie van de renovatiewerken. We moeten ons dan ook de vraag stellen op welke manier we hen op hun verantwoordelijkheid kunnen wijzen en hen in gebreke kunnen stellen.
Is het niet mogelijk om de concrete follow-up van de renovatiedossiers toe te vertrouwen aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM)? Het is immers haar taak om controle uit te oefenen op de sociale huisvestingsmaatschappijen. De BGHM zou in dat geval uiteraard de nodige middelen moeten ontvangen om deze opdracht te kunnen uitvoeren.
Hoe ver staat de renovatie van de sociale woningen in de wijk Het Rad en in Le Floréal in Watermaal-Bosvoorde? Hoeveel sociale woningen zijn er tijdens deze zittingsperiode gerenoveerd?
Hoe worden de sociale huisvestingsmaatschappijen in gebreke gesteld, wanneer zij niet voldoen aan hun taken, met name het onderhoud van hun woningpark?
Is het mogelijk om, in het geval van grove nalatigheid vanwege de sociale huisvestingsmaatschappijen op het vlak van renovatie en onderhoud van hun woningpark, de administratieve opvolging van de renovatiewerken toe te vertrouwen aan de BGHM?
ANTWOORD
De voorzitter.- Mevrouw Dupuis heeft het woord.
Mevrouw Françoise Dupuis, staatssecretaris.- Van de 241 woningen van Het Rad zijn er 40 waarvoor een renovatieproject door de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is goedgekeurd. Voor 10 van deze woningen zijn de werken op 20 februari 2009 aangevat. De geplande duur bedraagt 400 dagen. Nog eens 150 woningen bevinden zich in de voorontwerpfase van renovatie, dus in een
renovatieprogramma. Volgens het voorziene driejaarlijkse programma zou Beliris instaan voor de financiering ervan ten belope van 4 miljoen euro. De omvang van de renovatiewerken en de grootte van de vereiste bedragen, verklaren grotendeels waarom de renovatie van deze site maar traag opschiet.
De Anderlechtse Haard heeft trouwens niet altijd blijk gegeven van de nodige dynamiek. Dat is ook de reden waarom ik op 13 juni 2008 de leden van de raad van bestuur ontmoet heb. Ik heb er toen op aangedrongen dat er snel vooruitgang wordt geboekt. Of dit heeft gewerkt valt nog af te wachten.
Van de 747 woningen van Le Floréal werden er 334 in de afgelopen tien jaar gerenoveerd of in overeenstemming gebracht met de Huisvestingscode. Dat stemt overeen met 45% van het totale woningbestand van deze huisvestingsmaatschappij.
Geen enkele andere huisvestingsmaatschappij heeft zo goed gewerkt. Ik begrijp dus niet waarom Le Floréal zo vaak het voorwerp is van kritiek. Blijkbaar heeft het met politiek te maken. Bovendien is het een coöperatieve maatschappij en werkt ze zoals een privémaatschappij voor wat de aanwijzing van de leden betreft.
Het feit dat de renovatie van het overige deel van het woningpark, met name van de leegstaande woningen, op zich laat wachten, is te wijten aan de soms buitensporige verplichtingen die de bescherming van 460 woningen meebrengt. Ik verwijs meer bepaald naar de eisen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
Vooralsnog is het voor mij niet mogelijk om een exacte termijn voorop te stellen voor de volledige renovatie van deze twee sites. Zoals ik reeds eerder antwoordde, waren er op 10 februari 2009 16.400 woningen in renovatieprojecten opgenomen.
De opvolging van de programma's voor de renovatie en het onderhoud van het woningpark van de openbare maatschappij wordt verzekerd door hun voogdijinstelling, de BGHM. Ik heb de BGHM gevraagd om haar activiteiten op te voeren om de uitvoering van de renovatieprojecten en de onderhoudsprogramma's te versnellen.
De BGHM heeft de werking verbeterd van het technisch kadaster om zo in real time een beeld te kunnen krijgen van de situatie op vlak van het woningpark. Verder heeft deze maatschappij op mijn verzoek een cel ter ondersteuning van het bouwmeesterschap van openbare werken in het leven geroepen. Dat moet de kwaliteit van de projecten ten goede komen en de uitvoering ervan versnellen.
Ik ben ervan overtuigd dat een voogdij, om doeltreffend te kunnen zijn, ook als een steun moet worden ervaren. Dat is echter niet altijd het geval. De verhoudingen tussen de lokale maatschappij en de gewestelijke maatschappij zijn soms wat dubbelzinnig.
Toch zit het wel goed met deze twee maatschappijen. Het geld is er, de programma's zijn er, en de wil van het gewest is aanwezig.
De voorzitter.- Mevrouw Dejonghe heeft het woord.
Mevrouw Carla Dejonghe.- Als ik het goed begrijp is het geen optie om de administratie over te hevelen naar de BGHM om zo de zaken sneller te laten verlopen. Een en ander moet in handen van de plaatselijke maatschappijen blijven.
Mevrouw Françoise Dupuis, staatssecretaris.- Het is belangrijk dat de twee opdrachten duidelijk van elkaar gescheiden blijven: de voogdij aan de ene kant en de uitvoering van renovatiewerken aan de andere kant. De cel voor ondersteuning bestaat wel, maar de BGHM mag zich niet in de plaats stellen van de sociale huisvestingsmaatschappijen. In dat geval zouden de overheidsmiddelen immers niet op correcte wijze worden besteed. |