Open VLD Brussels Parlement - Tel: 02/549.66.60 - Fax: 02/549.65.92 - info@vldbrussel.be

Enquête leefbaarheid en veiligheid
Gestuwd door de verhalen en ervaringen van Brusselaars over het leven in de hoofdstad, besloot Brussels gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger Els Ampe een schriftelijke vragenlijst te verspreiden onder 600 Nederlandstalige inwoners van de Stad Brussel om hen aan het woord te laten over het wonen, leven en werken in de stad. Klik hier voor de resultaten.

Capaciteitsprobleem hoog op de agenda plaatsen

1 september 2009

Jean-Luc Vanraes

Minister Vanraes opende in het Sint-Guido-Instituut twee nieuwe studierichtingen. Vanaf dit schooljaar biedt het instituut de studierichtingen ‘integrale veiligheid’ en ‘veiligheidsberoepen’ aan. Deze twee belangrijke richtingen zijn een voorbereiding op een beroep in de publieke en de private veiligheidssector. “Hiermee bewijzen we dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) fors blijft investeren in het technisch en beroepsonderwijs en we bijdragen tot het invullen van veelal knelpuntberoepen. Bovendien bewezen de talrijke campagnes hun nut. Het succes van de onderwijsinstellingen van de VGC, Elishout, school voor voeding en CVO-Elishout-COOVI bewijzen dit.” (zie bijlage 2)

Prioriteiten nieuwe schooljaar

De minister maakte van de gelegenheid gebruik om zijn beleidsprioriteiten bekend te maken.

Capaciteitsuitbreiding

Vooreerst wenst hij het capaciteitsprobleem in het basisonderwijs hoog op de agenda te plaatsen. De aanwezige onderwijscapaciteit in het basisonderwijs staat momenteel erg onder druk door de demografische ontwikkeling van de Brusselse bevolking. Deze demografische ontwikkeling overschrijdt momenteel alle aanwezige onderwijscapaciteit en zal zich in de nabije toekomst nog sterker doorzetten. Uit het capaciteitsonderzoek, uitgevoerd door het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (BRIO) blijkt dat er tussen 2010 en 2015, 3.000 nieuwe plaatsen nodig zijn in het Nederlandstalig basisonderwijs en dit in de veronderstelling dat het Nederlandstalig onderwijs een vijfde van het totale onderwijsaanbod in Brussel blijft voorzien. Het centrum, waar de concentratie aan scholen zich het sterkst manifesteert en de jongste bevolking woont, kent de grootste capaciteitsdruk. Wil men de uitbreiding van de capaciteit kunnen realiseren, dan dringt de bouw van nieuwe scholen zich op.

Concreet zal dit gebeuren door:

- overleg met de Franstalige partners: de aanpak van deze problematiek kan niet anders dan een gezamenlijke aanpak van het Nederlandstalig en het Franstalig onderwijs zijn. VGC en COCOF zijn op dat vlak 'natuurlijke' partners. Zonder een gemeenschappelijke visie ter zake zal het moeilijk worden om voor alle leerlingen in degelijk onderwijs te voorzien (bemiddelende rol voor VGC);

- overleg met de onderwijsnetten in functie van de opmaak van een 'masterplan'. Het is de bedoeling na te gaan in welke mate en op welke wijze zij verantwoordelijkheid willen en kunnen opnemen inzake de vraag naar capaciteitsuitbreiding (regierol voor VGC);

- overleg met de Vlaamse minister van Onderwijs op basis van het 'masterplan' met het oog op de realisatie van een uitbreiding van de capaciteit en het investeren van voldoende middelen om deze nood te lenigen (signaalfunctie VGC).

Infrastructuur

De minister beklemtoonde vervolgens de inspanningen op het vlak van infrastructuur en uitrusting voort te zetten.

De VGC heeft de afgelopen legislatuur enorm geïnvesteerd in het renoveren en verbouwen van de Brusselse Nederlandstalige scholen. Ruim 35.4 miljoen euro werd via het zogenaamde ‘Urgentiefonds’ voorzien om de wachtlijsten bij AGIOn en GO! weg te werken. De infrastructuurnoden in het Nederlandstalig onderwijs blijven echter hoog. De inhaalbeweging blijft noodzakelijk en de inspanning moet dus kunnen worden verdergezet, en dit over alle netten heen. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel moet over voldoende kwaliteitsvolle gebouwen beschikken, zodat leerlingen en leerkrachten in optimale omstandigheden kunnen les volgen of les geven. Omdat inrichtende machten vaak niet over de nodige financiële draagkracht beschikken om zelf in te staan voor een deel van de verbouwingskost, blijft een substantiële tussenkomst van de VGC in het eigen aandeel van de scholen van groot belang. De infrastructuurwerken zullen energievriendelijk en ecologisch verantwoord worden uitgevoerd en rekening houden met de openstelling van de gebouwen buiten de schooluren.

Concreet gaat het hier over:

- onderhandelingen met AGIOn en GO! over de specifieke middelen die de VGC voor de Brusselse scholen vrijmaakt;
- de uitvoering van het programma 'De energiearme school' in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: invoering van energieaudits, geïnformatiseerde energieboekhouding en opvolging energieploeg Schoolinterventieteam;
- de uitwerking van een kader voor 'de school als centrale ontmoetingsplaats': optimalisering van de infrastructuur zodat de school ook een plaats wordt voor vrijetijdsbesteding, voor- en naschoolse opvang.

Zorg om de kwaliteit

Ten derde benadrukte de minister de zorg om het kwaliteitsonderwijs te bewaken, te verbreden en te verdiepen.
De complexiteit van de leerlingen- en studentenpopulaties in het Brussels onderwijs vereist van de schoolteams een gedifferentieerde pedagogische en didactische aanpak. Het aantrekken, ontwikkelen en behouden van de nodige expertise in de schoolteams is een belangrijk aandachtspunt binnen het Brussels Nederlandstalig onderwijsveld.

Concreet wordt dit gerealiseerd door:

- de voortzetting van een krachtige, doelgerichte en resultaatsverhogende begeleidingsaanpak op school-, klas- en directieniveau;
- aan de Vlaamse Gemeenschap wordt gevraagd de nodige decretale ruimte te bieden zodat Brusselse Nederlandstalige scholen voldoende vrijheid krijgen te experimenteren met initiatieven inzake taalvaardigheidsonderwijs, talenonderwijs, taalversterkend onderwijs, meertaligheid.
De VGC zal nog meer investeren in taalbeleid op schoolniveau en taalvaardigheid bij kinderen en jongeren. Leerkrachten krijgen pedagogische ondersteuning in de klas, maar belangrijk is ook de betrokkenheid van de naschoolse, de buitenschoolse sector en de vrijetijdssector. Kinderen en jongeren moeten ook de kans krijgen om buiten de schooluren en -muren op een speelse manier ondergedompeld te worden in het Nederlands. Alleen zo zal het Nederlands uitgroeien tot een levende taal voor deze groep kinderen en jongeren.

Concrete maatregelen:

- wisselwerking tot stand brengen tussen onderwijs, vrije tijd en welzijnsorganisaties;
- uitwerking van een systeem van ‘schoolmakelaars’ (mensen die de samenwerking tussen de verschillende scholen en partners in de wijk organiseren);
- actieve toeleiding van ouders naar het Nederlandstalig vrijetijdsaanbod en welzijnsorganisaties (randvoorwaarden creëren zodat ouders hun engagement kunnen invullen).

Samenwerking in hoger onderwijs: Brussel echte studentenstad

Minister Vanraes lanceerde tevens zijn voorstellen om een onderlinge samenwerking tussen de Brusselse instellingen voor hoger onderwijs tot stand te brengen.

In het hoger onderwijs in Brussel werd reeds een ernstige rationalisatie doorgevoerd. “Thans moet er een intensere samenwerking komen tussen alle Brusselse instellingen van het hoger onderwijs, zowel op logistiek als op begeleidingsvlak, maar met respect voor autonomie en eigenheid”, zegt de minister. De totstandkoming van intensieve samenwerkingsverbanden tussen het Nederlandstalig en het Franstalig hoger onderwijs in Brussel blijft een belangrijk aandachtspunt in functie van een gezamenlijke aanpak van thema's als veiligheid, mobiliteit, enz.

“Brussel moet meer uitgedragen worden als echte studentenstad. Een dergelijke promotie van Brussel vereist een doorgedreven samenwerking tussen alle relevante actoren,” aldus Jean-Luc Vanraes.

Concreet gaat het over:

- de promotie 'Brussel studentenstad' in samenwerking met het Vlaams Overlegplatform Hoger Onderwijs vzw, de Vlaamse Gemeenschap, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- het meewerken aan de oprichting van een overlegplatform tussen Nederlandstalige en Franstalige instellingen van het hoger onderwijs;
- het meewerken aan een gewestelijke strategie voor het hoger onderwijs.

Toekomstgericht onderwijs uitbouwen op de eigen campussen

De VGC blijft voorzien in kwaliteitsvol onderwijs op maat van Brussel en zal haar verantwoordelijkheid als inrichtende macht van haar eigen onderwijsinstellingen ten volle opnemen. Om de eigen onderwijsinstellingen verder te profileren als Brusselse scholen die kwaliteitsvol basis- en secundair onderwijs aanbieden naar hun specifieke doelgroepen, hebben ze nood aan een professioneel kader en een efficiënte organisatiestructuur.

Concreet gaat het over: 

- het finaliseren van de nieuwbouw op de Elishout-COOVI campus;
- het opstarten van het bouwproject op de campus van Kasterlinden;
- de start van de gesprekken met de collega's van de Franse Gemeenschapscommissie voor de splitsing van de campus Zaveldal;
-het aanreiken van een efficiëntere organisatiestructuur.

Ten slotte…

Op het grondgebied van het Brussels hoofdstedelijk gewest bestaan er twee onderwijssystemen naast elkaar: het Nederlandstalig onderwijs en het Franstalig onderwijs. Ouders die in het Brussels gewest wonen, kunnen kiezen of ze hun kind(eren) naar het Nederlandstalig of Franstalig onderwijs sturen. Die keuzevrijheid, de zgn. 'vrijheid van het gezinshoofd', bestaat opnieuw sinds 1971 en is een grondrecht. Het is de plicht van de Vlaamse Gemeenschap om een voldoende aanbod te voorzien voor ouders die kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs. Dit aanbod zou zelfs groot genoeg moeten zijn om de vrije schoolkeuze te waarborgen. In dit opzicht zal de VGC blijven investeren waar ze kan en dit zowel op het vlak van infrastructuur als op kwaliteitsvol onderwijs. De VGC zet voor haar maatschappelijke opdracht naar de Brussels bevolking toe, sterk in op de kwaliteitsondersteuning in het basis- en secundair onderwijs en dit via onder meer het onderwijscentrum Brussel waarvoor de VGC jaarlijks 3,7 miljoen euro vrijmaakt op haar begroting. 

“Als wij Brussel dus vergelijken met gelijkaardige steden, stellen we vast dat, ondanks het feit dat we in een veel moeilijker omgeving werken, de schoolse achterstand hier minder groot is dan in Antwerpen, Gent, Mechelen en Genk”, zegt minister Jean-Luc Vanraes, bevoegd voor Nederlandstalig onderwijs in Brussel. “Onze resultaten zijn dus beter dan de grootsteden in Vlaanderen, ondanks de grote moeilijkheidsgraad waarmee wij te kampen hebben in Brussel omdat het Frans in grote mate de omgangstaal is.

Alles kan altijd beter. We moeten altijd de perfectie nastreven, maar we hoeven ons niet te schamen. Onze resultaten op dit vlak zijn meer dan behoorlijk. Onze leerkrachtenteams binnen het Brussels Nederlandstalig onderwijs leveren uitstekend werk”.

Wat betreft het aantal Nederlandstaligen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs, zien we cijfermatig dat in het kleuteronderwijs er een kentering is van het aantal kleuters dat Nederlands spreekt met 1 van de ouders. Vorig schooljaar waren volgens de VGC-tellingen  3997 kleuters (op een totaal van 11430) die minstens met 1 ouders Nederlands spreekt. Het schooljaar daarvoor waren dit 3852 op een totaal van 11173. Dit is dus een lichte stijging.

Bekijk hier de bijlagen.

Vrijdag 15 Oktober 2010 - 00u00

-

Visetentje Open Vld Jette, GC Essegem

Zaterdag 20 November 2010 - 00u00

-

Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp

Zondag 21 November 2010 - 00u00

-

Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp