Minister Jean-Luc Vanraes, bevoegd voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, is blij dat de Vlaamse minister van Onderwijs Pascal Smet eindelijk het capaciteitsprobleem in het Brussels onderwijs heeft erkend.
'De cijfers uit een studie spraken immers voor zich: tegen 2015 moeten er in het Brussels onderwijs, zowel Franstalig als Nederlandstalig, omwille van de bevolkingsaangroei, 15.000 nieuwe plaatsen bijkomen; 3000 plaatsen hiervan zijn nodig in het Nederlandstalig onderwijs', zo beklemtoont Vanraes nogmaals. 'Beide taalgemeenschappen moeten in het belang van onze Brusselse kinderen hier hun verantwoordelijkheid nemen', vindt Vanraes.
Minister Vanraes benadrukt echter dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen maatregelen op korte en op lange termijn.
'Op korte termijn zullen we pas na 19 maart, na het einde van de eerste inschrijvingsperiode, in Brussel een balans kunnen opmaken of er al dan niet klasjes te weinig zijn.' Indien ja, dan vraagt minister Vanraes dat Vlaanderen deze ontbrekende klasjes, vooral onthaalklasjes, financiert. Zoniet zal de minister het nodige doen om het tekort in september binnen zijn budget van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zelf op te vangen.
Op lange termijn vindt Vanraes dat de voorstellen van minister Smet slechts kleine, weliswaar belangrijke, randaanpassingen zijn (opheffen van de 2-km-regel, huursubsidies…). Er zijn vooral meer financiële middelen nodig om tegen 2015 het tekort aan te vullen. Daarom werkt minister Vanraes al geruime tijd aan een masterplan om na te gaan hoe de capaciteit kan uitgebreid worden. De minister heeft gesprekken gehad met alle betrokken onderwijsnetten (GO, gemeenten, vrij onderwijs) om het aanbod aan nieuwe plaatsen te onderzoeken en te inventariseren. Hun reactie was positief. Op dit ogenblik is er ter zake reeds sprake van een concreet aanbod van 1400 nieuwe plaatsen. Eind april gaat minister Vanraes met dit masterplan naar de Vlaamse minister van Onderwijs die moet beslissen over de al dan niet uitbreiding.
'Nu is het dus tijd voor ‘boter bij de vis’. Er moeten duidelijk bijkomende financiële middelen komen om deze nieuwe scholen te bouwen', bevestigt de minister. Een voorbeeld: indien een school nu een dossier bij Agion, het agentschap dat verantwoordelijk is voor de investeringen in scholeninfrastructuur, indient, krijgt men een standaardantwoord dat het dossier binnen tien jaar opgestart wordt. Met het oog op het nijpend capaciteitsprobleem in Brussel, is dit geen werkbaar en realistisch systeem. Er moeten daarom bijkomende middelen komen voor Agion om dossiers sneller te beëindigen.
Vanraes stelt verder voor om de middelen die de Vlaamse Gemeenschap zal vrijmaken te laten beheren door de grootsteden zelf die nu een masterplan moeten maken. De Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel kan dan bijvoorbeeld subsidies geven aan Agion of het GO op het moment dat een dossier rijp is, dit te vergelijken met de overeenkomsten die nu gesloten worden in het kader van het Brussels Urgentiefonds voor renovatie van schoolgebouwen, maar dan met het oog op de inzet van de middelen voor capaciteitsuitbreiding of de bouw van nieuwe scholen.
|