Het Brussels dialect |
11 juli 2008 |
HET BRUSSELS DIALECT Mevrouw de Burgemeester, Van harte welkom op deze 11- juli viering in de raadszaal van ons gemeentehuis. Deze locatie biedt ons de mogelijkheid onze feestdag met de nodige luister en verve te vieren en symboliseert uiteraard ook de echte en hechte band tussen het gemeentebestuur van Ganshoren en zijn Vlaamse inwoners en die, als het van ons afhangt, ook in de toekomst zal blijven bestaan. Dames en Heren, Vandaag maak ik dankbaar van de gelegenheid gebruik om onze Vlaamse inwoners te feliciteren voor de wijze waarop zij zich als Vlaming opstellen, fier over hun eigen identiteit, maar ook en vooral open en verdraagzaam en met respect voor de andere culturen. In deze goede gemeente Ganshoren hebben ook de talrijke Vlaamse verenigingen zich niet in hun cocon teruggetrokken. Zij hebben zich integendeel aangepast aan de realiteit van de gemeente en reiken dan ook complexloos de hand aan alle Ganshorenaars.
Dames en Heren, Op de vooravond van 11 juli zal ik het niet hebben over B-H-V, confederalisme of over de zgn,. corridor, maar hoop ik uw interesse te kunnen opwekken voor een aangelegenheid die mij steeds heeft geboeid, met name het Brussels dialect. Het Standaardnederlands of Algemeen Nederlands is in de Renaissance ontstaan. De taal die in de lage landen in de Middeleeuwen werd gesproken, verschilde per streek, per stad en zelfs per dorp. Er bestonden dus alleen streektalen. Tijdens de Renaissance werd naast de geleerdentaal Latijn steeds meer en meer de volkstaal, het Nederlands gebruikt, zowel in literaire en wetenschappelijke werken als in bijbelvertalingen. Door de opkomst van Van toen af aan bestond er een verschil tussen enerzijds dialecten, die in een bepaalde streek gesproken werden, en anderzijds de gestandaardiseerde schrijftaal, die in het gehele Nederlandstalige gebied min of meer uniform was.
Maar toch zijn naast die standaardtaal de dialecten blijven voortleven. Men zou ze in drie grote dialectgroepen kunnen onderverdelen : Uiteraard liggen er tussen deze dialectgroepen overgangsgebieden. Het Brabants wordt gesproken in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en in onze provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en in Brussel. Zo is het Brussels Vlaams een Zuidwestbrabants dialect. Er is dan ook geen scherpe grens tussen het Brussels en de dialecten die in de naburige gemeenten worden gesproken. Tussen het Brussels en die dialecten zijn er wel kleine verschillen, zoals er ook kleine verschillen zijn binnen de 19 gemeenten. Ik denk hier aan de verschillen inzake uitspraak. Ik geef u een mooi voorbeeld van een verschil inzake uitspraak: In de meeste Brusselse gemeenten zegt men voor een tafel een “toefel” of voor slapen “sloepen”. In de noordwestelijke gemeenten bv. Ganshoren, Jette en Berchem zegt men “tofel” en “slopen”. Dat dergelijke verschillen bestaan is logisch. Overal in Vlaanderen kan men vaststellen dat elke stad en elk dorp een eigen dialect heeft, zodat de inwoners heel goed en snel kunnen horen of iemand hun dialect of een ander dialect spreekt. Zo bestond het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vroeger uit een aantal kleinere entiteiten, die meestal door velden van elkaar waren gescheiden en waar min of meer verschillende dialecten werden gesproken. Zo kon ik als kind nog perfect horen wie van Jette, Berchem of Ganshoren was. Deze drie gemeenten spraken grotendeels hetzelfde Brussels Vlaams dialect. Koekelberg was al enigszins verschillend en sloot aan bij het dialect dat in Molenbeek werd gesproken, wat voor mij toen een “platter” dialect was. Maar ook in Ganshoren zelf was er een duidelijk verschil tussen het Brussels Vlaams dialect gesproken tussen de basiliek en de Kerkstraat enerzijds en het meer landelijke gedeelte van de Vandervekenshoek. Voor de niet-Ganshorenaar : dit was het gebied tussen de Kerkstraat en het moeras van Ganshoren . Door de oude Ganshorenaars “Delle” genoemd. Sommige van die plaatselijke verschillen zijn bewaard gebleven, anderen zijn verdwenen of alleszins nog moeilijk te identificeren. Waarom ? Omdat, vooral in de laatste decennia, een grote vermenging van de dialecten plaatsvondt. Door een betere mobiliteit zijn Brusselaars in een andere gemeente gaan wonen of zijn met iemand uit een andere gemeente getrouwd of met iemand uit een Vlaamse gemeente buiten Brussel. Dit had tot gevolg dat het nu moeilijker wordt om alle lokale varianten uit elkaar te houden. Voor de echte Ganshorenaars onder u zou ik er willen op wijzen dat het gesproken dialect in 1967 werd opgenomen door een wetenschappelijke staf van de Rijksuniversiteit Gent bij een zekere Frans De Leener uit de Lowetstraat nr. 10. Dit was de grootvader van gewezen Vld-gemeenteraadslid Benny De Leener. Het was in feite het dialect gesproken door de Ganshorense boerkozen die tussen de Kerkstraat en Laarbeekbos woonden. Voor alle duidelijkheid: als men in Brussel, in het Nederlands over “Brussels” spreekt, dan wordt het Brussels Vlaams bedoeld. Als men in het Frans zegt “ Il parle Bruxellois” kan dit Brussels Vlaams betekenen, maar ook Frans met veel Brusselse kenmerken. Goede Vrienden, Ik heb gesteld dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoort tot het Zuid-Westbrabants dialectlandschap. Maar in het Brussels gebruikt men ook een aantal typische woorden en uitdrukkingen die in de periferie eerder onbekend zijn. Enkele voorbeelden: - Z’eit in ’t pateike gebeite…: ze loopt met een tonnetje … ze is zwanger. - Klet : een onbekwaam iemand. - Ei ei tem gekamd mè de grille van d’allepout : hij is slecht gekamd. - ’t Es vè Buls : het is gratis. Het is voor de rekening van burgemeester Karel Buls. Ook heeft het Brussels Vlaams een aantal woorden aan het Frans ontleend, vooral bij zelfstandige naamwoorden of bijvoeglijke naamwoorden. Voorbeelden : carte d’identité (identiteitskaart) Interessant ook zijn de ontleende zelfstandige naamwoorden : Voorbeeld: kadei (Frans: cadet): jongetje, ventje En zo zouden wij nog een tijdje kunnen doorgaan.
Meer dan andere dialecten wordt de Brusselse volkstaal bedreigd in haar bestaan. Heel wat senioren spreken die taal nog. Maar hun kinderen of kleinkinderen weten er zoveel niet meer van. Meer dan andere dialecten moest het Brussels in de laatste decennia plaats ruimen voor het op de sociale ladder meer hoogstaand Frans of het Algemeen Nederlands. Maar samen met dit dialect dreigt een flinke brok Brussels erfgoed, cultuur, gebruiken en gewoonten mee verloren te gaan en daaraan gekoppeld de Vlaams – Brusselse identiteit. Deze cultuur bevat schatten van volkscultuur: uitdrukkingen, gezegden en liedjes, gedragen door de typische Brusselse zwans. Het is duidelijk dat deze cultuur en deze taal niet mogen verloren gaan en aan de volgende generaties moeten worden doorgegeven.
Ziedaar een kort overzicht over het Brussels en het Ganshorens.
Hier het woord te mogen nemen op de vooravond van de 11 juli, was voor mij, als Schepen van de Nederlandstalige Cultuur, een groot voorrecht waarvoor ik u allen dank en zeer erkentelijk ben. Beste Ganshorenaar, Laten wij er ten slotte nog een mooi feest van maken, een spetterend volksfeest, nu en morgen. Vandaar dat u nu allen hartelijk uitgenodigd wordt op het door het gemeentebestuur aangeboden receptie. Laat de kurken maar knallen en de glazen aanrukken. Ik dank u voor uw aandacht en maak er vooral nog een gezellige en fijne avond van.
|
Vrijdag 15 Oktober 2010 - 00u00-Visetentje Open Vld Jette, GC Essegem |
Zaterdag 20 November 2010 - 00u00-Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp |
Zondag 21 November 2010 - 00u00-Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp |



11 – juli viering 2008