Open VLD Brussels Parlement - Tel: 02/549.66.60 - Fax: 02/549.65.92 - info@vldbrussel.be

 


Open VLD-Brussel actief in de 19 gemeenten

Open VLD is niet alleen actief in het Brussels Parlement: ook lokaal dragen wij ons steentje bij tot een beter Brussel. Hier vindt U een overzicht van onze jongste initiatieven op lokaal vlak...

Het Brussels dialect

11 juli 2008

René Coppens

11 – juli viering 2008

HET BRUSSELS DIALECT

Mevrouw de Burgemeester,
Mijnheer de vertegenwoordiger van De Zeyp,
Collega’s uit de gemeenteraad,

Van harte welkom op deze 11- juli viering in de raadszaal van ons gemeentehuis.

Deze locatie biedt ons de mogelijkheid onze feestdag met de nodige luister en verve te vieren en symboliseert uiteraard ook de echte en hechte band tussen het gemeentebestuur van Ganshoren en zijn Vlaamse inwoners en die, als het van ons afhangt, ook in de toekomst zal blijven bestaan.

Dames en Heren,

Vandaag maak ik dankbaar van de gelegenheid gebruik om onze Vlaamse inwoners te feliciteren voor de wijze waarop zij zich als Vlaming opstellen, fier over hun eigen identiteit, maar ook en vooral open en verdraagzaam en met respect voor de andere culturen.

In deze goede gemeente Ganshoren hebben ook de talrijke Vlaamse verenigingen zich niet in hun cocon teruggetrokken. Zij hebben zich integendeel aangepast aan de realiteit van de gemeente en reiken dan ook complexloos de hand aan alle Ganshorenaars.


Tal van Vlaamse initiatieven, maar ook de vele dynamische jeugd- en sportverenigingen worden door iedereen fel gesmaakt. Ook het succesvol en kwaliteitsvol Nederlandstalig Onderwijs draagt enorm bij tot wederzijds respect tussen onze beide gemeenschappen.


Maar alles kan altijd beter. Zo maken wij nu – step by step -  verder werk  van een eigen Nederlandstalige bibliotheek.

Dames en Heren,

Op de vooravond van 11 juli zal ik het niet hebben over B-H-V, confederalisme of over de zgn,. corridor, maar hoop ik uw interesse te kunnen opwekken voor een aangelegenheid die mij steeds heeft geboeid, met name het Brussels dialect.

Het Standaardnederlands of Algemeen Nederlands is in de Renaissance ontstaan. De taal die in de lage landen in de Middeleeuwen  werd gesproken, verschilde per streek, per stad en zelfs per dorp. Er bestonden dus alleen streektalen. Tijdens de Renaissance werd naast de geleerdentaal Latijn steeds meer en meer de volkstaal, het Nederlands gebruikt, zowel in literaire en wetenschappelijke werken als in bijbelvertalingen. Door de opkomst van
de drukpers werden de teksten ruimer verspreid. Omdat de taalverschillen tussen de verschillende regio’s moeilijk was voor de communicatie, schiep men een overkoepelende standaardtaal.

Van toen af aan bestond er een verschil tussen enerzijds dialecten, die in een bepaalde streek gesproken werden, en anderzijds de gestandaardiseerde schrijftaal, die in het gehele Nederlandstalige gebied min of meer uniform was.


Dames en Heren,


De standaardtaal en het dialect zijn in de loop der jaren een verschillende maatschappelijke positie gaan krijgen en daardoor ook een verschillende maatschappelijke waardering. Maar dit is een relatief recent verschijnsel. Slechts na de democratisering van het hoger onderwijs in de jaren ’60 kreeg de standaardisering – het ABN – in Nederlandstalig België een brede sociologische basis.

Maar toch zijn naast die standaardtaal de dialecten blijven voortleven.

Men zou ze in drie grote dialectgroepen kunnen onderverdelen :
het Limburgs, het Brabants en het Vlaams.

Uiteraard liggen er tussen deze dialectgroepen overgangsgebieden. Het Brabants wordt gesproken in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en in onze provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en in Brussel. Zo is het Brussels Vlaams een Zuidwestbrabants dialect.

Er is dan ook geen scherpe grens tussen het Brussels en de dialecten die in de naburige gemeenten worden gesproken. Tussen het Brussels en die dialecten zijn er wel kleine verschillen, zoals er ook kleine verschillen zijn binnen de 19 gemeenten. Ik denk hier aan de verschillen inzake uitspraak. Ik geef u een mooi voorbeeld van een verschil inzake uitspraak:

In de meeste Brusselse gemeenten zegt men voor een tafel een “toefel” of voor slapen “sloepen”. In de noordwestelijke gemeenten bv. Ganshoren, Jette en Berchem zegt men “tofel” en “slopen”.

Dat dergelijke verschillen bestaan is logisch. Overal in Vlaanderen kan men vaststellen dat elke stad en elk dorp een eigen dialect heeft, zodat de inwoners heel goed en snel kunnen horen of iemand hun dialect of een ander dialect spreekt.

Zo bestond  het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vroeger uit een aantal kleinere entiteiten, die meestal door velden van elkaar waren gescheiden en waar min of meer verschillende dialecten werden gesproken.

Zo kon ik als kind nog perfect horen wie van Jette, Berchem of Ganshoren was. Deze drie gemeenten spraken grotendeels hetzelfde Brussels Vlaams dialect.

Koekelberg was al enigszins verschillend en sloot aan bij het dialect dat in Molenbeek werd gesproken, wat voor mij toen een  “platter” dialect was.

Maar ook in Ganshoren zelf was er een duidelijk verschil tussen het Brussels Vlaams dialect gesproken tussen de basiliek en de Kerkstraat enerzijds en het meer landelijke gedeelte van de Vandervekenshoek. Voor de niet-Ganshorenaar : dit was het gebied tussen de Kerkstraat en het moeras van Ganshoren . Door de oude Ganshorenaars “Delle” genoemd.

Sommige van die plaatselijke verschillen zijn bewaard gebleven, anderen zijn verdwenen of alleszins nog moeilijk te identificeren.

Waarom ?

Omdat, vooral in de laatste decennia, een grote vermenging van de dialecten plaatsvondt.  Door een betere mobiliteit zijn Brusselaars in een andere gemeente gaan wonen of zijn met iemand uit een andere gemeente getrouwd of met iemand uit een Vlaamse gemeente buiten Brussel. Dit had tot gevolg dat het nu  moeilijker wordt om alle lokale varianten uit elkaar te houden.

Voor de echte Ganshorenaars onder u zou ik er willen op wijzen dat het gesproken dialect in 1967 werd opgenomen door een wetenschappelijke staf van de Rijksuniversiteit Gent bij een zekere Frans De Leener uit de Lowetstraat nr. 10. Dit was de grootvader van gewezen Vld-gemeenteraadslid Benny De Leener. Het was in feite het dialect gesproken door de Ganshorense boerkozen die tussen de Kerkstraat en Laarbeekbos woonden.
Die bandopname is uiteraard nog steeds te beluisteren.

Voor alle duidelijkheid: als men in Brussel, in het Nederlands over “Brussels” spreekt, dan wordt het Brussels Vlaams bedoeld.

Als men in het Frans zegt “ Il parle Bruxellois” kan dit Brussels Vlaams betekenen, maar ook Frans met veel Brusselse kenmerken.

Goede Vrienden,

Ik heb gesteld dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoort tot het Zuid-Westbrabants dialectlandschap. Maar in het Brussels gebruikt men ook een aantal typische woorden en uitdrukkingen die in de periferie eerder onbekend zijn.

Enkele voorbeelden:

- Z’eit in ’t pateike gebeite…: ze loopt met een tonnetje … ze is zwanger.

- Klet : een onbekwaam iemand.

- Ei ei tem gekamd mè de grille van d’allepout : hij is slecht gekamd.

- ’t Es vè Buls : het is gratis. Het is voor de rekening van burgemeester Karel Buls.

Ook heeft het Brussels Vlaams een aantal woorden aan het Frans ontleend, vooral bij zelfstandige naamwoorden of bijvoeglijke naamwoorden.
In het algemeen kan gesteld worden dat alleen Vlaamse benamingen gebruikt worden voor gewone zaken en Franse voor al wat minder bekend was, exotisch of recent.

Voorbeelden : carte d’identité (identiteitskaart)
                       agent de change (wisselagent)
                       pièce de rechange (wisselstuk)
                    op de voetbal: dégazjeire (ontzetten)

Interessant ook zijn de ontleende zelfstandige naamwoorden :

Voorbeeld:  kadei (Frans: cadet): jongetje, ventje

En zo zouden wij nog een tijdje kunnen doorgaan.


Dames en heren,

Meer dan andere dialecten wordt de Brusselse volkstaal bedreigd in haar bestaan. Heel wat senioren spreken die taal nog. Maar hun kinderen of kleinkinderen weten er zoveel niet meer van. Meer dan andere dialecten moest het Brussels in de laatste decennia plaats ruimen voor het op de sociale ladder meer hoogstaand Frans of het Algemeen Nederlands. Maar samen met dit dialect dreigt een flinke brok Brussels erfgoed, cultuur, gebruiken en gewoonten mee verloren te gaan en daaraan gekoppeld de Vlaams – Brusselse identiteit. Deze cultuur bevat schatten van volkscultuur: uitdrukkingen, gezegden en liedjes, gedragen door de typische Brusselse zwans.
 

Het is duidelijk dat deze cultuur en deze taal niet mogen verloren gaan en aan de volgende generaties moeten worden doorgegeven.
Vandaar dat wij met veel bewondering kijken naar het werk verricht door verenigingen zoals de Academie voor het Brussels en het Brussels Volkstheater. En zoals u weet, proberen wij vanuit de gemeente elk jaar opnieuw een bescheiden bijdrage te leveren door in grote getale aanwezig te zijn op zulke activiteiten.


Beste mensen,

Ziedaar een kort overzicht over het Brussels en het Ganshorens.


Dames en Heren,

Hier het woord te mogen nemen op de vooravond van de 11 juli, was voor mij, als Schepen van de Nederlandstalige Cultuur, een groot voorrecht waarvoor ik u allen dank en zeer erkentelijk ben.
  

Beste Ganshorenaar,

Laten wij er ten slotte nog een mooi feest van maken, een spetterend volksfeest, nu en morgen.

Vandaar dat u nu allen hartelijk uitgenodigd wordt op het door het gemeentebestuur aangeboden receptie. Laat de kurken maar knallen en de glazen aanrukken.

Ik dank u voor uw aandacht en maak er vooral nog een gezellige en fijne avond van.


René Coppens
Schepen van Nederlandse Cultuur
10 juli 2008

Vrijdag 15 Oktober 2010 - 00u00

-

Visetentje Open Vld Jette, GC Essegem

Zaterdag 20 November 2010 - 00u00

-

Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp

Zondag 21 November 2010 - 00u00

-

Eetfeest Open Vld Ganshoren en René Coppens, in De Zeyp