Toespraak Carla Dejonghe, openingszitting Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, 23 oktober 2009
Aan het begin van het nieuwe werkjaar voor de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, sta ik erop u te bedanken voor het vertrouwen dat u in mij stelt als voorzitter. Ik heb het al gezegd ter gelegenheid van mijn aanstelling: ik zal zorgvuldig waken over de parlementaire rechten van alle raadsleden, ongeacht of ze van de meerderheid of van de oppositie zijn.
De spelregels van deze democratische werking liggen vervat in het Reglement van Orde van de Raad en vormen de perfecte leidraad voor degelijk parlementair werk. Laat de debatten vinnig zijn, de tussenkomsten snedig, maar nooit kwetsend. Niet de man of vrouw, maar de bal wordt gespeeld.
Dit jaar belooft een bijzonder parlementair jaar te worden. Wellicht kan een nieuwe stap in de staatshervorming gezet worden. Brussel en de positie van de Nederlandstalige Brusselaars zullen daarbij in het brandpunt van het debat komen te staan. Als Brusselaars moeten wij daarom het belang van onze hoofdstad beklemtonen in elk van onze politieke partijen. Als Nederlandstalige Brusselaar mogen wij ons niet laten wegdrukken in het constitutionele debat.
Maar ook de financiële crisis laat haar sporen na in het Vlaams-Brusselse beleid en zal haar stempel drukken op het politieke traject van de komende jaren.
Alle overheden moeten de tering naar de nering zetten. Ook de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie ontsnapt daar niet aan. De Raad zal zijn steentje bijdragen, door voor de eerste maal sinds zijn ontstaan een werkingsbegroting neer te leggen in 2010, die een nulgroei zal hebben, zonder indexering.
Deze nulgroei zal ons evenwel niet beletten om verder te werken op de door mijn voorganger ingeslagen weg. Onze educatieve initiatieven kennen een groot succes en zullen verder worden uitgebouwd.
Maar wij zullen ook, en dit met eigen middelen, ons gebouw meer openstellen voor het publiek. De politiek dichter bij de burger brengen… het blijft een uitdaging en een opdracht van elke dag.
Dat zal gebeuren door middel van een verbouwing van het Huis hiernaast. De leeszaal wordt uitgebouwd tot een volwaardige informatheek. Bezoekers zullen er terecht kunnen om informatie op te zoeken. Zo wordt het Huis van de Raad, nog meer dan oorspronkelijk bedoeld, een open huis voor de Nederlandstalige Brusselaars en al wie zich tot de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel aangetrokken voelt.
Het is ook mijn bedoeling om een nauwe samenwerking uit te bouwen met onze collega’s van het PFB. Wij delen deze stad; wij staan voor dezelfde uitdagingen en problemen. Daarom lanceer ik graag het voorstel om volgend jaar opnieuw de dialoogklassen met Brusselse Nederlandstalige en Franstalige scholen te organiseren. Wie de vinger aan de pols houdt van de jonge Brusselaars, weet wat er leeft en kan dit als boost meenemen voor het uittekenen van het beleid.
Ik wil eindigen met een woord van dank voor het personeel, dat zijn steentje ertoe bijdraagt om alles in goede banen te leiden. Niet enkel de griffier en de dienst wetgeving, maar ook de dienst financiën en personeel, de dienst informatie en educatie en de algemene diensten: het secretariaat, de informatica, de gebouwen en techniek, de externe relaties en ontvangst, het vervoer en de huishouding.
|